DURF: energietransitie en gasvrije Hoornes

Donderdag 20 juni was er in de gemeenteraad een lang debat over het gasvrij maken van de Hoornes. DURF is hier duidelijk in: er dreigen ons hoge kosten en ervaringen uit eerdere gemeenten in den lande, bieden niet echt een bemoedigend beeld. Om die reden is DURF van begin af aan kritisch geweest op het idee om de Hoornes te gebruiken als gasvrije proeftuin.
Maar dat inzicht was niet aan iedereen besteed. We moeten toch iets doen aan klimaatverandering – of gelooft u er niet in? Zijn het niet populistische spookverhalen over de kosten? We moeten de wereld verbeteren en toch ergens beginnen? Het geld om de Hoornes gasvrij te maken is immers ‘gratis’ – we krijgen subsidie van hogerhand – dus dan kunnen we het toch altijd proberen?
De bewoners van de Hoornes zijn een pion op een groter politiek schaakbord. We beginnen aan een project met forse haken en ogen, en we hopen maar dat het goed uit pakt. En anders hebben we ons best gedaan, en kunnen we er ‘lessen uit trekken’. Want de Hoornes staat niet op zich zelf; laten we dat niet vergeten. Naast Katwijk hebben zesentwintig andere gemeentes subsidie gekregen om bepaalde wijken van het gas af te halen.[1] Als proeftuin; om te kijken hoe heel Nederland het best in dit kielzog kan volgen.
 
Een proeftuin als vraagteken
Het zijn dus experimenten om te zien wat werkt, en waar het mis gaat. Een zoektocht met als inzet de lasten van duizenden mensen: bewoners die de dupe kunnen worden van een uit de hand gelopen proeftuin. Waarom zou je dit als gemeente willen? Waarom zou je als gemeente je inwoners blootstellen aan deze risico’s?
Terwijl het tij economisch rooskleurig is, voelen mensen dat niet terug in hun portemonnee. Veel huishoudens staan onder druk; het wordt voor de middenklasse steeds lastiger om de eindjes aan elkaar te knopen. In 2017 kwam de Wetenschappelijke Raad voor Regeringsbeleid (WRR) nog tot deze conclusie.[2] De titel van het rapport luidde veelzeggend ‘de val van de middenklasse?’.
Veel mensen hebben wel andere zorgen aan hun hoofd. En er zijn bovenal tientallen gemeentes die in plaats van Katwijk, het wiel willen uitvinden – en ook de kinderziektes willen dragen. Ruim zeventig gemeentes hadden subsidie aangevraagd voor het gasvrij maken, waarvan slechts zeventwintig het ook daadwerkelijk kregen. Het is dus niet zo dat Katwijk zich voor de goede zaak heeft opgeofferd, dat iemand het moest doen; integendeel.
 
De weg naar succes?
Maar de cruciale vraag blijft staan: waarom zou het gasvrij maken van de Hoornes niet heel positief kunnen uitpakken? Waarom wordt er zo gehamerd op die kosten en de gevaren, maar niet op de mogelijkheden die het ons biedt? Er ligt nu geld klaar, en we kunnen het voortouw nemen naar een duurzaam Nederland – waarin zit dan de kritiek?
En natuurlijk; het kan een succes worden. Dat is niet uitgesloten. Maar we zien ook dat de risico’s aanzienlijk zijn, en het realistischer is – eveneens met ervaringen uit eerdere gemeentes in het achterhoofd – om te stellen dat een gasvrije Hoornes negatief zal uitpakken. En je kan altijd blijven beweren dat er roemrijke vooruitzichten in het verschiet liggen, maar is dat niet tegen beter weten in? Het is immers realistischer dat het project tegen gaat vallen. En wat doe je dan? Als de bewoners opgezadeld zitten met hoge kosten en forse rekeningen – wat doe je dan? Of is hun offer een aflaat voor het goede doel geweest? Heel vervelend weliswaar, maar voor de rest hun probleem?
Als DURF willen wij niet op deze manier met onze inwoners omgaan. Wij willen niet nog meer onzekerheid bieden. Want dat is wat er gaat gebeuren als we doorgaan met gasvrij maken van de Hoornes: niemand kan een goede afloop garanderen.
Maar waar ligt dat dan aan?
 
Een financieel moeras; hopen op een geitenpaadje
Laten we allereerst eens kijken naar de cijfers achter de gasvrije Hoornes. De meest recente cijfers zijn van DWA die een second opinion hebben uitgevoerd.[3] En daaruit bleek dat de totale investering zeven miljoen hoger uitvalt dan verwacht, en in beide scenario’s die zijn doorgerekend, niemand financieel beter af zal zijn. Daarnaast staat er in de risicoanalyse dat de kans meer dan vijftig procent is – wat uiterst hoog is – dat het gasvrij maken van de Hoornes negatief zal uitwerken.
En inderdaad is voor DURF het prijskaartje leidend. We moeten immers niet vergeten dat uit onderzoek is gebleken dat slechts vier procent van de Nederlanders bereid is meer te betalen voor een gasloos huis.[4] Als blijkt dat de kosten hoger zijn, haakt een overgrote meerderheid af. En dat besef heeft gevolgen. Momenteel zijn de gasprijs en de warmteprijs aan elkaar gekoppeld, bedoeld als bescherming van de consument, maar de verwachting is dat dat los gelaten gaat worden. De prijs van gas wordt dan opgedreven, steeds duurder gemaakt, om zo kunstmatig mensen tot de overstap proberen te bewegen.[5]
Maar als inderdaad de warmteprijs en de gasprijs van elkaar worden los gekoppeld, wat gaat er dan met de warmteprijs gebeuren? Er zijn hier in januari in de Tweede Kamer vragen over gesteld. En het antwoord van de minister van Economische Zaken en Klimaat is opvallend: ‘Het belangrijkste nadeel van de ontkoppeling is dat de kosten voor verwarmen van een gebruiker van een warmtenet mogelijk hoger komen te liggen dan de kosten voor een gemiddelde verbruiker van aardgas’.[6]
Dus wat is dan wijsheid? Ligt er wel een goedkopere energierekening in het verschiet?
Juist de lage- en middeninkomens kunnen financieel in de problemen komen als zij hun woning zonder gas gaan verwarmen.[7] Daarnaast hangt klimaatarmoede als een zwaard van Damocles boven het hoofd van grote groepen mensen.[8] Om je huis te isoleren, een warmtepomp aan te schaffen en andere investeringen te doen – is er geld nodig. En wie gaat daarvoor opdraaien? Hoe wordt dat bekostigd?
 
Ervaringen uit den lande
Het tweede waar we rekening mee moeten houden is dat er al ervaringen zijn in den lande met het gasvrij maken van woningen. ‘Alle Nederlandse huishoudens moeten in 2050 volledig energieneutraal zijn’ konden we vorig jaar lezen.[9] Het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) rekende voor dat het energieneutraal maken van alle woningen in Nederland – wat voortvloeit uit de klimaatwet die recent door de Eerste Kamer is bekrachtigd – maar liefst 235 miljard zou gaan kosten.[10]Een deel van die kosten verdient zich terug, maar er blijft jaarlijks een negatief saldo van circa 1500 euro per woning over. In andere woorden: de investeringen lijken zich niet terug te gaan verdienen.
De praktijk tot nu toe, lijkt dat te bevestigen. Er zijn ons al gemeenten voor gegaan in het effenen van de weg naar het duurzaamheidsideaal. En dat werpt niet een rooskleurig beeld op de zaak. Zo bleek het warmtenet in Zutphen uit te zijn gelopen op een fiasco.[11] Sinds 2015 is het project gestaakt. Tien jaar daarvoor was men vol enthousiasme begonnen, maar het systeem heeft nooit goed gewerkt, waardoor de bewoners jarenlang overlast hadden. Een aantal van hen is zelfs naar de rechter gestapt.
Ook in Tiel, in de duurzame wijk Passewaaij, kwam men van een koude kermis thuis.[12] De warmtepompen hadden storingen, en bij flinke kou konden die het niet aan, en zaten mensen midden in de winter zonder verwarmd huis. De inspectie heeft daarom de installatie stil gelegd en noodgedwongen is de wijk weer aan het gas gegaan.
Een derde gemeente die voor de troepen vooruit wilde lopen, is Nijmegen.[13] Deze maand kwam Nieuwsuur met een reportage hoe het warmtenet uit te hand is gelopen. Zesduizend woningen zijn hierop aangesloten, die door energieleverancier Nuon van warmte worden voorzien. Nuon kreeg het monopolie in handen – en zoals een bewoner het uitdrukt: ‘Nuon zegt gewoon: dit is de prijs, want van de overheid mogen we dit vragen’. Hierdoor kwam er van die besparing weinig terecht, en moesten mensen juist meer betalen. En als ze van het warmtenet af willen, staat daar een boete van 50.000 euro op. De bewoners zijn in een tang genomen, en zitten vast in een ondoorzichtig systeem met Nuon als enige winnaar. Het oordeel van de Rekenkamer Nijmegen over het project was vernietigend: ‘Inconsistent, niet transparant, en daardoor onnavolgbaar en niet controleerbaar’.
Den Haag laat goed de kwetsbaarheid zien van deze grote, megalomane projecten. Middels aardwarmte zouden er vierduizend woningen in Den Haag van energie worden voorzien, maar in 2013 is het faillissement aangevraagd. De eenentwintig miljoen euro die met het project was gemoeid, kan als verloren worden beschouwd.[14] Vanaf begin af aan kampte het project met technische problemen, en toen daar ook nog eens de crisis overheen kwam en de huizen niet verkocht werden – begon het doek te vallen.
 
Het voortouw als struikeldraad
Dit zijn maar een paar voorbeelden van gemeentes die dachten het wiel uit te vinden. Maar eigenlijk sneden ze in hun eigen vlees. De komende jaren zullen er meer projecten worden opgestart – herinner maar die zevenentwintig gemeenten die subsidie toegekend hebben gekregen. En dan zijn er wellicht meer voorbeelden, en een wat breder overzicht van hoe de stand van zaken is.
Maar vooralsnog, als we kijken naar hoe het de eerste projecten is vergaan – lijkt zorgvuldigheid op zijn plaats. Waarom zou Katwijk zijn hoofd boven het maaiveld uitsteken? Erg bemoedigend lijken de eerste ervaringen niet. Het rooskleurige beeld, dat er vooral kansen en winst te behalen zijn, is als we Nijmegen, Tiel, Den Haag of Zutphen in het achterhoofd houden – wel het twijfelen waardig.
 
Kanttekeningen
En dan datgene waarvoor we het allemaal doen – het klimaat – is dat gebaat bij onze inspanningen? Enkele kanttekeningen mogen wat mij betreft hier kort worden belicht.
Een terechte vraag die opgeworpen wordt is immers waarom Nederland obsessief moet verduurzamen, terwijl een veelvoud van wat hier bespaard wordt, in andere delen van de wereld alsnog wordt uitgestoten. Vooral in landen als India en China neemt de uitstoot fors toe.[15]Vraag is dan wat er van onze inspanningen als Nederland over blijft. Vooralsnog ziet het er niet naar uit dat de wereldwijde uitstoot zal stabiliseren; ook voor dit jaar wordt er weer een toename verwacht.[16] Hoe kun je afdwingen dat ieder land ook echt gaat verduurzamen?
En mag je dat wel afdwingen; en door wie dan? En wat doe je als een land zich daar niet aan houdt - zoals de Verenigde Staten? Dat is de tragiek van de internationale politiek: staten zijn soeverein; ze hebben geen macht boven zich te dulden. En zolang het hen individueel niets op zal leveren, zullen staten geen prikkel hebben om te verduurzamen, als andere landen het ook niet doen. Vraag is hoe je dat dilemma kan doorbreken.
We moeten er daarnaast voor waken, niet in de verleiding te komen het debat met paniek te voeren. Het tast de geloofwaardigheid van de energietransitie slechts aan. Het doemdenken, dat soms meer lijkt op een groene theologie, een onheilsprofetie, is immers de laatste tijd wel gelogenstraft. Zo voorspelde bijvoorbeeld de Club van Rome in 1972 dat aardolie na twintig jaar op zou raken.[17] Dat zou betekenen dat we al dertig jaar zonder olie zouden moeten zitten. Het moge duidelijk zijn: de ondergang van de wereld waarmee wordt gedweept; die laat nog wel even op zich wachten.[18] Paniek is ook in deze een slechte raadgever. En het werkt alleen maar averechts: je jaagt mensen de gordijnen in, als je te snel van alles wil doordrukken.
En er zijn nog meer grote kanttekeningen te maken. Zo probeert Nederland middels biomassa – het verbranden van Canadese bossen – wat als ‘duurzaam’ wordt betiteld, het percentage groene energie op te krikken. Biomassa vormt ondertussen zestig procent van de groene energie die in Nederland wordt verwekt.[19] En dat terwijl hout tien procent meer CO2 uitstoot dan steenkool.[20] Ter vergelijking: het gas waar we allemaal zo nodig van af moeten, is een van de meest zuinige en effectieve fossiele brandstoffen. Bij gas komt er de helft minder CO2 vrij dan bij steenkool.[21] Daarom stapt men in landen als Duitsland juist over naar gas om duurzamer te worden.[22]
Een andere kanttekening zouden warmtepompen zijn. ‘Ik heb eens gekeken hoeveel een warmtepomp kost. Nou, dan schrik je je dood. De eerste leverancier die ik belde had het over 15.000 euro. En dat terwijl een nieuwe CV-ketel 1.500 euro kost’ naar Frans Rooijers, directeur onderzoeksbureau CE Delft.[23]En naast het financiële aspect is er het geluid, de storingen en dat in hartje winter als het vriest je je huis nauwelijks kan verwarmen – laten we het project in Tiel in herinnering roepen.
Hoogleraar werkbouwtuigkunde David Smeulders stelt dat nu van het gas af gaan, averechts zal uitpakken.[24]Smeulders wijst er op dat warmtepompen veel energie verbruiken. Maar de meeste elektriciteit wordt echter nog steeds in kolen- en gascentrales verwekt, waardoor de CO2-uitstoot slechts toe zal nemen.
 
De rol van de overheid
En zo zijn er nog vele vragen onbeantwoord. Op zijn minst kanttekeningen die we bij het verhaal van een gasvrije samenleving kunnen plaatsen. Maar waar kunnen we inspiratie uit putten om deze vragen te slechten? Er zijn lichtpuntjes. Als we de geschiedenisboeken erbij pakken, zien we dat we al meerdere energietransities gehad hebben. Eerst was er hout, daarna kolen, toen gas en nu duurzame energie om onze woningen te verwarmen.
En eigenlijk ging dat altijd als vanzelf. Neem een foto uit 1900 van het straatbeeld van New York. En kijk vervolgens hoe diezelfde straat er elf jaar later uit zou zien. De paarden en koetsen zijn ingewisseld voor auto’s. Een metamorfose van formaat, die de gemeente Amsterdam heeft aangegrepen ter herhaling.[25]Maar dit maal om die auto’s juist te weren: vanaf 2030 kom je de hoofdstad met een benzine- of dieselauto niet meer in.
En daarin zit hem de crux. Onze energietransitie lijkt niet uit zichzelf van de grond te komen; ze heeft een duwtje nodig. Eigenlijk is het helemaal niet aan de overheid om investeringen te doen. De overheid zou het alleen in goede banen moeten leiden; ze is immers geen beursspeculant.
Terwijl in bijvoorbeeld begin negentiende eeuw de prijzen snel daalden en de innovatie steeds betere voertuigen mogelijk maakte, blijven de technische ontwikkelingen nu nog in gebreke. Neem elektrische auto’s; die zijn fors duurder in prijs.[26] En denk aan de accu’s om energie in op te slaan – vergeet ook niet dat het produceren van accu’s allerminst milieuvriendelijk is en leidt tot kinderarbeid in de mijnen van Congo.[27] Daar wringt ook ons morele geweten: tegen welke prijs willen wij duurzaam zijn?
Conclusie
Het is een teken aan de wand; de nieuwe vormen van energie zijn nog niet betrouwbaar en rendabel genoeg dat private partijen en masse in het gat springen. Er is nog enorm veel onzekerheid. En we hebben in Tiel, Nijmegen en bijvoorbeeld Zutphen gezien dat degenen die zich wel naar de voorste linie drongen, er bekaaid vanaf zijn gekomen. Om die reden vergt het zorgvuldigheid en geduld om te verduurzamen. DURF is zonder twijfel voor een schoon klimaat; maar we moeten die transitie wel op een slimme manier maken. We hoeven zelf niet het wiel uit te vinden. We hoeven het vege lijf niet op het spel te zetten. In de eerste plaats is er tijd nodig. Dat innovatie wordt gestimuleerd en de technologie vooruit wordt geholpen. Niet dogmatisch mensen op kosten jagen, maar weloverwogen keuzes maken.
En bovenal; houd die energietransitie betaalbaar. Dat is onze Hoornes waard.
 
Max van Duijn
 
 
Noten
[18] Het IPCC – het klimaatpanel van de Verenigde Naties (VN) – heeft erkend dat het klimaat minder opwarmt dan eerder is voorspeld. Van de 114 modellen zijn er 111 die een grotere opwarming voorspelden, dan de observaties weergaven. (https://www.volkskrant.nl/columns-opinie/opinie-baudets-klimaattweet-is-grotendeels-waar~b0170182/)