DURF: houd de energietransitie betaalbaar

DURF: houd de energietransitie betaalbaar

De overheid heeft een plan ontwikkeld wat de “Energietransitie” wordt genoemd. Met dit plan wil Nederland in 2020 één van de duurzaamste landen van Europa worden en in 2050 voldoen aan het energieakkoord wat is afgesproken wereldwijd. Wat houdt dat in? Dat we overgaan naar duurzame energie afkomstig van bijvoorbeeld zonne-, waterkracht- of windenergie. Hierbij stoppen wij dan met het gebruik van fossiele stoffen zoals kolen en gas. Ook andere duurzame toepassingen zoals elektrische auto’s, energie neutrale woningen vallen eronder.

Deze Energietransitie kost veel geld: de kosten om energie te maken met windturbines en zonnecellen zijn nu nog vele malen hoger dan bij fossiele brandstoffen. Om de doelstelling van 2050 te kunnen halen zullen de besparingsmogelijkheden van woningen een belangrijke rol gaan spelen. Op dit moment worden we overspoeld met innovatieve technologieën. De meeste van deze technologieën bevinden zich nog in het begin van hun ontwikkelfase. Nu we zien dat de druk om sneller resultaat te halen voor energiereductie toeneemt, zijn we geneigd eerder gebruik te gaan maken van die innovaties. Hier schuilt het gevaar in dat we deze innovaties weer binnen korte termijn gaan vervangen.

Het toepassen van de juiste techniek op het juiste moment speelt dus een belangrijke rol en is één van de grootste uitdagingen waar we voor staan. Het pleit er dan ook voor om toch te kiezen voor een meer geleidelijke overgang. Want anders zullen de kosten onbetaalbaar hoog worden voor een grote groep mensen. We zien nu al dat de kosten gaan stijgen: de extra heffing op de energierekening heeft er nu al voor gezorgd dat we dit jaar gemiddeld €100 per jaar meer betalen per huishouden. En nu men besloten heeft het gasgebruik en de winning ervan drastisch terug te willen gaan brengen zal dat zijn invloed hebben op de gasprijs. De mensen in een nieuw te bouwen gasloze woning hebben daar natuurlijk geen last van, maar dat is voor diegene die minder kapitaalkrachtig zijn en in een oudere woning wonen toch een heel ander verhaal. Als we willen dat er de komende jaren nog genoeg draagvlak is voor de energietransitie dan is het noodzakelijk dat iedereen in dit ‘verhaal’ wordt meegenomen. Het onevenredig verdelen van de kosten van de energietransitie zal het draagvlak op den duur doen verminderen. Momenteel is het zo dat mensen die niet in staat zijn hun woning duurzamer te maken de rekening daarvoor gepresenteerd krijgen door een steeds hoger wordende energierekening (door de Opslag Duurzame Energie die nog eens bovenop de normale rekening komt). Een interessant artikel hierover is: https://www.minder.nl/nieuws/energi...

Dunavie heeft de zogenaamde ‘menukaart’ geïntroduceerd: welke maatregelen bieden we huurders aan tegen welke prijs. Er wordt nu wel ingezet om de allerslechtste woningen te isoleren maar we zien wel dat de huurder daarbij een beperkte maandelijkse huurverhoging krijgt omdat Dunavie de helft van de investering doorberekend. Hierbij gaat het om een gemiddeld bedrag van zo’n €12 per maand. Dit zijn daarnaast nog niet alle verhogingen waar de burger mee te maken krijgen. Dunavie stelt dat energiebesparende maatregelen voor meer duurzaamheid zorgen en dit bijdraagt aan meer wooncomfort en minder woonlasten voor onder andere de lagere inkomensgroepen.

Minder woonlasten is niet zuiver in dit geval, want ook bij de nul-op-de-meter woningen blijven de energiekosten minimaal gelijk. We zullen zien dat de vraag naar elektriciteit sterk gaat stijgen. Verwarmen, koken maar ook het autorijden zullen op korte termijn daar voor zorgen. Voor Nederland geldt dat voor het opwekken van CO2-vrije elektriciteit de wind op zee de belangrijkste energiebron gaat worden.

De ontwikkeling van windmolens is langer bezig. Substantiële kostendaling doen zich nu dan ook gelden. Lagen de productiekosten rond 2009 nog op ongeveer 17 Ect/kWh, nu gaat dit richting de 10 Ect/kWh. Maar de hoge investeringskosten zijn er nog steeds niet uit en de toekomstige locaties liggen verder in zee waardoor de productiekosten aanzienlijk hoger zullen zijn. Het plaatsen van windmolens op het land heeft in onze omgeving weinig nut. De nadelen zoals horizonvervuiling en ruimtebeslag staan niet in verhouding met het aandeel wat de landwindmolens ten opzichte van windmolens op zee aan energieopbrengst leveren. Bij renovatie moet goed rekening gehouden wat dit betekend met betrekking tot de levensduur tot 2050. Er mag van uitgegaan worden dat voor die tijd er nog een renovatie gaat plaats vinden. Voor woningeigenaren geldt dat energiebesparingsmaatregelen financieel voordelig zijn. Complexere energiebesparingsmaatregelen zijn dat alleen als er een sterke technologieontwikkeling plaatsvindt.

Dunavie zet in eerste instantie in op verbetering van het gemiddelde label in 2020, dat is nu nog gemiddeld. De doelstelling is gemiddeld label B in 2020. De centrale overheid heeft de corporaties gevraagd om met het oog op de betaalbaarheid het doorberekenen in de huur van energiemaatregelen binnen aanvaardbare grenzen te houden. Indien huurders zelf initiatief ontwikkelen zou het beleid van de verhuurder er op gericht moeten zijn dit te faciliteren en te ondersteunen bij de realisatie van duurzaamheidsaanpassingen aan de woning.

Katwijk heeft er voor gekozen jaarlijks 1,5% energiebesparing te willen realiseren en 14% duurzame energieopwekking in 2020. Verder is er een Woonvisie 2015-2019 opgesteld, een belangrijke doelstelling die daar in genoemd is dat men gaat voor ‘duurzame kwaliteit’. Hiermee wil men bereiken dat woningen het milieu minder gaan belasten, dat het wooncomfort en de woonlasten door duurzaamheidsmaatregelen positief beïnvloed worden en dat de bewoners daarbij zelf keuzes hebben. Voorjaar 2017 is er een oproep gemeente gedaan voor energieambassadeurs. Hier hebben 6 mensen met een bepaalde deskundigheid zich voor aangemeld. Het zijn dus vrijwilligers die zich inzetten voor de burgers om geld te besparen en duurzaamheid in de toekomst. Zij werken hierbij samen met de wijkraden en een adviesbureau uit Utrecht; hun opdracht is om in 2017 10 bewoners te werven en op te leiden tot energieambassadeur en met hen een actieplan te maken voor duurzame wijkinitiatieven in Katwijk. Ook is er een initiatief van ondernemers uit Katwijk genaamd 20Duurzaam20. Het doel van is om in 2020 20% van de energie duurzaam op te wekken. Deelnemers van dit platform zijn de inwoners van Katwijk, de ondernemers, verenigingen, scholen en de gemeente.

Katwijk heeft ook afspraken gemaakt met verschillende samenwerkingsverbanden. Zo investeert de gemeente Katwijk samen met Dunavie en het Hoogheemraadschap van Rijnland in onderzoek naar ‘Smartpolder Katwijk’. Smartpolder Katwijk is een techniek om warmte uit de rivier te halen in de zomer, daarna op te slaan in de grond en in de winter bijvoorbeeld huizen ermee te verwarmen. Het hoogheemraadschap van Rijnland heeft daarbij ook zijn eigen doelstellingen: In 2020 30% energie efficiency ten opzichte van 2005, 30% van energieverbruik duurzame opwekken en 30% CO2 reductie behalen t.o.v. 1990. In een nog groter verband maakt Katwijk ook deel uit van het regionale samenwerkingsverband Hollandrijnland. Deze hebben een gezamenlijke ambitie welke zij zien als een aanvulling op de inzet van de individuele gemeenten afzonderlijk. Dit hebben zij vastgelegd in het ‘Energieakkoord Holland Rijnland 2017-2025’.

Kern van dit akkoord is dat dat het energieverbruik binnen de regio volledig wordt gedekt door energie uit duurzame energiebronnen of restbronnen, waarvan minstens 80% uit onze eigen regio komt. De resterende 20% wordt ingevuld door onder andere duurzame energiebronnen, restwarmte of geothermie in de nabijheid van onze regio. Verder wordt gewezen op de consequenties voor bijvoorbeeld ruimtelijke ordening en ruimtelijke kwaliteit bij toepassing van bijv. windmolen- en zonnen-parken of biomassateelt. En die ontwikkelingen met een ruimtelijk aspect, is een belangrijk aandachtspunt voor het provinciaal bestuur. De provincie ziet dit als mogelijkheid om te komen naar een CO2-neutrale Zuid-Hollandse bebouwde omgeving in 2035. En dit alles moet dan ook nog eens aansluiten bij wat Nederland heeft afgesproken in Europees verband. De belangrijkste afspraken hieruit zijn: in 2020 tov 1990, 20% meer energiebesparing , 14% meer hernieuwbare grondstoffen gebruiken en 20% minder CO2 uitstoot. Om al deze verschillende doelstellingen op verschillende uitvoeringsniveaus te stroomlijnen is er een gezamenlijke investeringsagenda ‘Naar een duurzaam Nederland’ opgesteld. Met deze investeringsagenda willen provincies, gemeenten en waterschappen de overgang naar een energieneutraal en klimaatbestendig Nederland goed maar ook versneld laten verlopen.

Behalve de energietransitie maatregelen waarin de woningen centraal staan zijn er ook nog andere items die meespelen zoals het uitgangspunt dat vanaf 2025 alleen nog maar elektrische auto’s verkocht mogen worden.

De infrastructuur die nodig is om deze auto’s allemaal van energie te voorzien zal een nieuwe uitdaging worden. Een eigen oplaadpunt voor een eigen woning is nu eenmaal niet voor iedereen weggelegd. Want hoe doe je dat bij dichte bebouwing met een hoge parkeerdruk? Ook hier is innovatie de bepalende factor en voorkomen moet worden dat een te grote inzet op het elektrisch rijden ontwikkelingen zoals waterstof als energiebron niet belemmeren. Het heeft dus de voorkeur om stapsgewijs over te gaan door bijvoorbeeld eerst openbaar vervoer en post- en bevoorradingsverkeer volledig emissie loos te maken.

Voor bedrijven is wettelijk voorgeschreven dat alle energiebesparingsmaatregelen die zich binnen 5 jaar terugverdienen ook echt genomen uitgevoerd moeten worden. In hoeverre deze wettelijke maatregelen ook daadwerkelijk worden uitgevoerd en wat de opbrengst hiervan is, is nog onduidelijk.

De belangrijkste maatregel met de grootste impact blijft toch dat woonhuizen energieneutraal gemaakt worden. Vanaf 2025 zullen nieuwbouwwijken meer energie opwekken dan dat er verbruikt wordt, ook worden ze gasvrij. Bewonerscollectieven (coöperaties) mogen opgewekte energie onderling uitwisselen. Samen energie opwekken en delen is daarbij het uitgangspunt. De overheid wil dit stimuleren door belastingvoordelen te bieden voor deze decentrale energienetwerken.

Al deze maatregelen, waarbij we er van uitgaan dat in 2050 de wind- en zonne-energie zo’n 80% deel uitmaken van de totale energievoorziening, zullen er toe leiden dat wij in Nederland zullen moeten beschikken over een energieopslag waarbij de flexibiliteit naar men inschat 6x zo groot is als nu. De investeringskosten voor energieopslag zijn hoog. Vooral grote opslagparken zoals complete eilanden in zee gaan gepaard met hoge kosten en lange realisatietermijnen. Omdat flexibele opslag al op korte termijn een belangrijke rol gaat spelen, kan het niet anders dat dit op lokaal niveau gaat plaatsvinden. Daarom is het ook zo belangrijk dat In het geval van Katwijk ontwikkelingen als de ‘Smartpolder’ techniek de grootste aandacht krijgen.

Kijken we nu naar de resultaten en de huidige ontwikkelingen of de doelen van het Nederlandse Energieakkoord gehaald gaan worden moeten we stellen dat met de huidige maatregelen niet gehaald gaat worden. Nederland blijft wat dit betreft ver achter bij de andere Europese landen. Dus moeten we rekenen dat er een nieuw Energieakkoord gaat komen met extra maatregelen. Als gemeente moeten we hier op voorbereid zijn en een duidelijk beleid gaan voeren.

Februari 2018