DURF op bezoek bij KleineDuinvallei

Vorige week toog DURF naar de campus van de TU Delft om een bezoek te brengen aan het initiatief ‘Kleine Duinvallei’. Het Q-team heeft de afgelopen maanden kritisch gekeken naar de voorgestelde tijdelijke initiatieven voor op de Duinvallei. De initiatieven bestonden onder andere uit een bijenstal, groene vallei en stadsboerin. Eén van de andere initiatieven was dat van de Kleine Duinvallei. Hiervoor worden vanaf begin maart bijna honderd units opgeleverd op het noordelijke terrein van de Duinvallei. Wat de Kleine Duinvallei tot een mooi project maakt is de mate waaraan er aandacht is besteed aan de kleinste details. Bij deze woningen is er onder andere ruimte voor duurzaamheid, gemeenschapsgevoel, onderlinge solidariteit, betaalbaarheid, mobiliteit en het creëren van een ‘community’ met de omliggende wijk.

De mobiliteit zit hem in het feit dat de woningen verplaatst kunnen worden. Dit betekend dat de problemen met de woningnood bijvoorbeeld tijdelijk kunnen worden opgelost zonder daarmee ingrijpende veranderingen aan te brengen in het landschap (een veelgehoord argument als het gaat om de bebouwing van vliegveld Valkenburg). Ook is het belangrijk dat er sprake is van een bepaalde sociale samenhang (‘cohesie’). Dit wordt mede mogelijk gemaakt door het restaurant dat gevestigd wordt in hetzelfde gebied als de huizen. Een restaurant biedt een mooie verbintenis met de inwoners van de Zanderij en Koestal.
Wij steunen dit initiatief van harte en zien er ook voor de toekomst potentie in.

Het is algemeen bekend dat er een zwaar tekort is aan (betaalbare) woningen voor starters op de woningmarkt. Als wij de woningnood willen aanpakken moet er worden gedacht aan alternatieve vormen van bebouwing. Volgens het jaarverslag 2016 van WoningNet moeten mensen die een sociale huurwoning zoeken momenteel op een wachtlijst van 5.8 jaar staan. Dat is onacceptabel. Als we dit probleem als gemeenschap willen oplossen moeten we naar innovatieve projecten zoals dit kijken. Ook vinden wij het bewonderingswaardig dat er bij de bouw niet alleen aandacht is geweest voor het financiële aspect (‘Hoe maken we de grootste winst?’), maar er daadwerkelijk is gekeken naar het waarborgen van de leefbaarheid. Deze houding zouden woningcorporaties in het algemeen meer moeten aannemen.