Pleidooi voor democratisch pragmatisme

Een ideologie is kort door de bocht een ‘leer der ideeën’. In praktijk is het een beschrijving van een gewenste samenleving, en de weg om daar te komen. Het heeft dus bij voorbaat al iets dogmatisch. We zouden een ideologie daarom ook kunnen omschrijven als een religie zonder God. Het grote verschil is dat godsdienst de geestelijke macht omvat en een ideologie berust op het wereldlijke domein. Sinds het Concordaat van Worms (1122) waren de geestelijke en wereldlijke macht van elkaar los gekoppeld, wat het begin vormde van de scheiding tussen kerk en staat in de christelijke wereld(1). Het is van belang dit te weten om het concept ‘ideologie’ beter te kunnen doorgronden.

Terug naar die ‘leer der ideeën’. Liberalen streven naar zo veel mogelijk vrijheid, socialisten klimmen op het schild voor de gelijkheid. Niet omdat dit objectief de beste manier is om een samenleving in te richten. Een ideologie bestaat uit aannames, waarbij volgelingen zeggen: ‘dit is bij voorbaat goed, omdat het leidt naar de ideale samenleving’. Hier spreekt dus moraal in plaats van realisme.

Traditioneel zijn er in Nederland drie ideologieën. Het liberalisme, socialisme en de christendemocratie. Het liberalisme kwam ten tonele bij de Franse Revolutie (1789–1799) terwijl het socialisme en de christendemocratie gedurende de 19e eeuw vorm kregen in een politiek landschap gedomineerd door een liberale geest.

En onder welke van de drie stromingen valt DURF? Dat is de vraag waar dit artikel om draait. Wie zijn wij? Als burger is het gissen wanneer er een nieuwe partij meedoet. Het karakter van een partij moet immers nog uitkristalliseren. Dat kost tijd. Maar ondertussen ruim een maand na de verkiezingen, nu het stof is neergedaald, wat valt er over DURF te zeggen? Op welke ideologische achtergrond berusten we?

Naar mijn mening is dat het ‘democratisch pragmatisme’. Juist omdat het eigenlijk geen ideologie is. Want in mijn analyse zijn ideologieën een groot probleem geworden voor de politiek. En dat om drie verschillende redenen. Ze zijn gedateerd, verhullen de realiteit en dwingen mensen niet om kritisch na te denken over complexe problemen.

‘Het probleem van een ideologie is dat redelijk denken ondergeschikt wordt gemaakt aan de principes die de basis vormen van de ideologie. Misschien zijn zulke principes ooit uit goede bedoelingen ontstaan, maar dat wil nog niet zeggen dat ze onbeperkt houdbaar of toepasbaar zijn’ schrijft emeritus-hoogleraar Peter van Hoesel(2). En als we terugvallen op de historische schets die ik net maakte, worden deze woorden duidelijker. De grote drie stromingen zijn ontstaan in een heel andere wereld. De industrialisatie was volop aan de gang en de eerste ‘wave of democratization’ verspreide zich door Europa. Het was de tijd van het opkomende imperialisme, stoomschepen en de riolering. Mensen kregen voor het eerst stromend water in huis en de vroegste auto’s werden uitgevonden. In die context ontstonden de ideologieën waaraan de meeste partijen zich vandaag de dag hardnekkig aan vasthouden.

Gedateerd lijkt me dus het juiste woord. Wat hebben we aan een overkoepelend wereldbeeld van een 150 jaar geleden?

De politiek van de 20e eeuw kenmerkte zich door felle ideologische conflicten over de economie. In welke situaties zou de overheid moeten ingrijpen? Links en rechts vochten elkaar de tent uit tot de jaren ’70 aanbraken. Een neoliberale geest domineerde het westen en door de toegenomen welvaart begon men steeds meer rechts te stemmen. Voor links brak een lastige tijd aan, tot ze besloot een pact aan te gaan met de markt(3). Ondertussen hadden de liberalen de verzorgingsstaat morrend geaccepteerd, en toen ook links haar ideologische veren liet vallen konden de verschillen tussen de twee ‘aartsvijanden’ worden overbrugd. Links en Rechts klonterden samen, trokken steeds meer naar het midden toe, en gingen samen regeren. Denk aan de Paarse kabinetten in de jaren ’90.

Terwijl de 20e eeuw gedreven werden door ideologische conflicten, voorspelde de befaamde Samuel Huntington in 1993 dat in de 21e eeuw botsingen tussen culturen de grootste bron van confrontaties zouden zijn: ‘The clash of civilizations will dominate global politics’(4). Er kwam eerst veel kritiek maar de laatste jaren sluimert dat door het toenemend islamitisch terrorisme, de discussies over multiculturalisme en integratie. Het optimisme na de val van de muur, in de persoon van Fukuyama, heeft plaats moeten maken voor een meer pessimistisch, instabiel wereldbeeld. Cultuur lijkt inderdaad de grote scheidslijn te worden.

En dat terwijl de ideologieën zijn ingericht op economische kwesties: in hoeverre moet de overheid ingrijpen in de markt? Het is een vrij eendimensionale benadering. Bovendien zijn de economische twisten zoals Huntington schreef in feite afgehamerd en afgesloten. Er is dus een gat geslagen in het stelsel van ideologieën. Ze zijn namelijk niet ingericht op het beantwoorden van conflicten die nu opspelen. Neem identiteitspolitiek. Lopen politici met hun idealen dan achter de feiten aan? Natuurlijk zijn er wel nieuwe stromingen als de groenen maar die zijn vrij marginaal gebleven. Bovendien focussen die zich op specifieke thema’s en doelgroepen. En de populistische partijen die bloeien als nooit tevoren hebben geen coherente ideologie en beperken zich veelal tot de relatie kiezer – gekozene.

De traditionele ideologieën doen er dus steeds minder toe in politiek. Bovendien, schrijft Peter Hoesel verder, functioneert een ideologie ‘als een soort schild tegen andere opvattingen, je kunt je er achter verschuilen en het ontslaat je van de last om na te denken over de complexe realiteit’(2). Door een kader op te tekenen met goed of fout krijg je een soort zwart-witdenken. Zo ben je principieel tegen marktwerking, terwijl daar misschien best wat nuances op vallen te maken. Of, om ook de gemeente er weer bij te trekken, ben je principieel voor de koopzondag terwijl we helemaal niet weten wat de gevolgen daarvan zijn. Ideologie is eenzijdigheid. En hoe sterker de ideologie zich wortelt onder haar aanhangers, hoe sterker de dwang tot conformisme wordt. Je krijgt oogkleppen op die je het zicht steeds meer benemen.

DURF moet dus streven om zonder ideologie te werken. En dat doen we ook. Toch wil ik bewust het Fortuynisme noemen als een soort van ‘achtergrond’. De vraag ‘wie zijn we’ moet immers een antwoord krijgen. We moeten weten waar onze politieke wortels liggen en waarom we welke standpunten innemen. Het is een kwestie van zelfreflectie. En ik denk dat hierbij het Fortuynisme als inspiratiebron om de hoek komt kijken.

Het Fortuynisme was geen uitgesproken ideologie, meer een bepaalde denkrichting. Pim Fortuyn heeft veel geschreven maar dat nooit kunnen omzetten naar een echt ideologisch framewerk. Het wetenschappelijk bureau van de LPF probeerde het gedachtegoed nog op papier te zetten maar in 2008 viel het doek voor de partij toen deze definitief werd opgeheven. Hierdoor is Fortuynisme blijven hangen in onverteerde gevoelens, gedachtes die spoken door de geest. Een dikke mist en een brij van ideeën.

Emeritus-hoogleraar Bert Snel – de laatste partijvoorzitter van de LPF – kreeg de leiding over het in 2004 opgerichte wetenschappelijk bureau van de partij, getiteld de Prof. dr. W.S.P. Fortuyn Stichting(5). Snel dacht met het Fortuynisme een nieuwe fundamentele politieke stroming in handen te hebben, naast het liberalisme, socialisme en de christendemocratie. ‘het is een pragmatische stroming, geen ideologie’ sprak de partijvoorzitter. ‘Noem het pragmatisch populisme, ook al wordt dat woord vaak negatief uitgelegd’. De LPF moet ‘de partij zijn die in staat is aansluiting te vinden bij de problemen en gevoelens van de gewone mensen in het land’ spiegelde Bert Snel ons voor(5).

Het was een mooie start voor het wetenschappelijk bureau, op een Rotterdams congres met befaamde professoren en bijvoorbeeld toenmalig minister van Justitie Donner. En aan motivatie leek geen gebrek. Toch stierf dit instituut in een stille dood, overvleugeld door de neergang van de LPF. De constante machtsstrijd, instabiliteit en de talloze afsplitsingen. De aanhang van de partij slonk drastisch tot in 2006 de partij uit het parlement verdween. Alle acht zetels gingen verloren. En vier maanden later in 2007 werden ook alle zetels in de Provinciale Staten weggevaagd. In 2008 besloten de leden middels een forse meerderheid tot opheffing van de partij. Sommige lokale afdelingen lieten het er niet bij zitten maar vandaag de dag is alleen de LPF Eindhoven nog actief als laatste bolwerk van een tragisch ten onder gegaan politiek koninkrijk(6).

De droom om de ideeën van Fortuyn om te smeden naar een heuse ideologie zijn dus op niets uitgelopen. Net zoals het rijk van Alexander de Grote uiteen scheurde na zijn dood, zo sluimerde ook de LPF onvermijdelijk weg richting de geschiedenisboeken.

Toch valt er vanuit Fortuyns boeken wel een soort denkrichting te formuleren. Streng op immigratie en islam, voor de gekozen burgemeester en een andere samenstelling van het kabinet. Ook speelden in Fortuyns denken de seculiere, klassieke vrijheidsrechten een grote rol. En daarbij aansluitend het herstel van de ‘nationale zin’. Het doorgeschoten individualisme, cultuurrelativisme en gebrek aan nationale identiteit. ‘Ze hollen de gemeenschapszin uit’ schreef de katholiek opgevoede Pim Fortuyn(7).

In woorden als ‘gemeenschapszin’ en ‘doorgeschoten individualisme’ herkennen we een zweem van de christendemocratie. Ook bij DURF zien we deze dimensie meerdere malen terug. Denk aan de passie voor ons erfgoed en ons voorstel voor reanimatiecursussen voor scholieren. Een ander voorbeeld: ‘Dit sluit perfect aan bij ons idee voor een vorm van onderwijs waar burgerschapsvorming meer centraal komt te staan. Daarmee creëren we een samenleving bestaande uit empathie, in plaats van puur individualisme’ schreven we over onze maatregelen om eenzaamheid tegen te gaan(8). Ook woorden als identiteit en ‘het authentieke karakter’ zijn ons niet vreemd. Vlak voor de verkiezingen schreven we nog in dat de Katwijksche Post dat ‘de autonomie van het individu voorop komt te staan en de gemeenschapszin in onze samenleving dreigt te verdwijnen. Dit heeft ook zijn weerslag op de zorg die we leveren. Niet iedereen kan een beroep doen op zijn buren, familie of vrienden’(9). Ook ons genuanceerde standpunt over de zondagsrust geeft prijs dat de christelijke waarden ook onderdeel zijn van DURF.

Maar mogen we DURF dan plaatsen onder de vleugels van de christendemocratie? Het antwoord is nee. DURF heeft immers een seculiere grondslag. Wij geloven dat je politiek moet bedrijven op basis van politieke ideeën, en niet op religieuze grondslag. Bovendien vallen er naast de confessionele dimensie wel andere stromingen binnen ons partijprogramma te ontwaren.

Onze paragraaf over huisvesting bijvoorbeeld galmt van het socialisme. DURF benadrukt de groeiende ongelijkheid tussen huurders en kopers en pleit constituent voor meer sociale huurwoningen. Hier ziet u ons sociaaldemocratische gezicht. In een artikel van de Katwijksche Post formuleerden wij het als volgt: ‘daarnaast willen wij een scherpere en socialere koers om de woningnood op te lossen’(9). Ook waren wij kritisch over plannen van VVD en HvK om de belastingen fors te verlagen. Met een vergrijzende bevolking lijken de kosten voor bijvoorbeeld de zorg op te lopen, en misschien moeten we dan juist meer geld daarvoor uittrekken. Ook de betaalbaarheid van de jeugdzorg is een issue, zo blijkt uit meerdere gemeentes die kampen met flinke tekorten: ‘DURF vindt dat als het niet anders kan, ook eigen middelen uit de kast moeten worden getrokken om de zorg op niveau te houden’ schreven we in januari(10). In een sociaaldemocratische geest waken we over onze sociale voorzieningen.

Desalniettemin hebben we ook een sterke liberale dimensie. DURF ademt van minder regeldruk, ondernemersvrijheid en een gemeente die bedrijven wil stimuleren in plaats van tegenwerken. Zo pleitten we voor ruimere openingstijden van horeca en voor meer mogelijkheden om evenementen te organiseren. Ook zijn we sceptisch over grote uitgaven die niet nodig zijn. Denk aan ons felle protest tegen de bibliotheek in de Noordzeepassage en het openbreken van het Andreasplein en de Princestraat. Onze nuchtere financiële blik, met de hand op de knip, zou prima in het liberale straatje passen.

DURF is dus kind aan huis bij zowel socialisme, liberalisme als de christendemocratie. Wij passen niet in een mooi links-rechts keurschijf. Misschien wel exemplarisch voor nieuwe partijen. Dat links-rechts denken vindt zijn wortels immers ook, net als de ideologieën, in de roerige periode na de Franse Revolutie. Ruim tweehonderd jaar geleden.

Maar belangrijker is dat wij een heel andere blik op politiek hebben. DURF is begonnen als een democratiseringsbeweging om meer mensen bij de politiek te betrekken. Ook in de campagne was het een van onze grote speerpunten: referenda en meer democratie. Als enige partij in onze gemeente willen wij daarop groots inzetten. De achterliggende gedachte is daarbij dat voor een goede maatschappij een goed politiek systeem volstaat. Anders verwoord: er staat nu een heel doolhof tussen de verlangens van de burgers, en de uiteindelijke besluiten. Als we ervoor zorgen dat de volkswil sneller kan worden vertaald in besluitvorming kunnen problemen beter en daadkrachtiger worden erkend en aangepakt. Als burgers machtsmiddelen krijgen als referenda hebben ze immers altijd een stok achter de deur waarmee ze politici scherp kunnen houden. Ook dwingt meer democratie partijen beter te luisteren naar wat er speelt op straat, en om hun gezicht vaker te laten zien.

DURF is in feite gefundeerd op twee gedachten: enerzijds pragmatisme en anderzijds democratisering. Het pragmatisme houdt in dat we ideologische mantra’s mijden en per onderwerp kijken wat het beste is. Soms schuurt dat tegen het socialisme aan zoals bij wonen, dan weer een liberaal ondernemersbeleid, en vervolgens saamhorigheid, erfgoed en gemeenschapszin uit de christendemocratische handleiding. Pragmatisme is kijken wat er nodig is. Open staan voor iedere mogelijkheid. Zo valt ook ons genuanceerde standpunt over de zondagsrust te verklaren. Wij hameren op objectief onderzoek in plaats ideologisch gekrakeel. Eerst de feiten boven tafel en dan kunnen afwegen wat de beste optie zou zijn.

De tweede steunpilaar is democratie. Een besluit moet dus via pragmatisme tot stand komen, maar dient ook een meerderheid van de bevolking achter zich te hebben. Het mag niet zo zijn dat de verkiezingen zijn geweest, de deuren van het gemeentehuis weer dicht gaan en in de achterkamertjes van alles wordt bekokstooft zonder dat men zich ook maar enigszins druk hoeft te maken: de verkiezingen zijn toch pas over vier jaar. Zulke aristocratische tendensen zijn de voorbode van gevoelens van machteloosheid onder kiezers.

Door middel van referenda, de lokale ombudsman en een gekozen burgemeester willen wij die gesloten deuren openbreken en een frisse wind laten waaien. Kwesties als de bibliotheek die steeds weer opspelen kunnen dan voorgoed van tafel worden geveegd. Democratie is het credo van onze partij.

Dit zijn de twee steunpilaren voor DURF. Pragmatisme en democratie. Samen zoals ik het betitel ‘democratisch pragmatisme’. Het enige ideologische in deze achtergrond is dat we geloven dat meer democratie tot een beter politiek systeem leidt. Echter zou je ook het tegenovergestelde kunnen beweren: een ruime meerderheid van de burgers heeft het verlangen naar meer directe vormen van democratie. Dus valt die wens gewoon onder een van onze steunpilaren. En ook de pragmatische kant: er zijn tal van studies en empirische voorbeelden als Zwitserland waaruit blijkt dat ons huidige stelsel ook niet alle wijsheid in pacht heeft.

Waarom ik dan zo uitgebreid het Fortuynisme wilde toelichten, vraagt u zich misschien af. Dat is omdat onze analyse in wezen hetzelfde is: als we zo doorgaan gaat het niet goed. We komen tot stilstand. Niet voor niets is onze slogan ‘maak verandering mogelijk’. We zijn kritisch over onderwerpen die door andere partijen maar niet worden aangemerkt. In 2002 was dat het multiculturalisme, voor DURF gaat het om een nieuwe bestuursstijl (meer democratie). Maar ook op de manier hoe we naar politiek idealisme kijken zien we dezelfde verlichte geest: kijk naar de cijfers en kom niet aan met de morele tirades. ‘Het is een pragmatische stroming, geen ideologie’ aldus Bert Snel over het Fortuynisme. Mijn kritiek op ideologieën als hierboven beschreven ligt hier in het verlengde van.

Democratisch pragmatisme is dus een denkrichting, geen uitgewerkt wereldbeeld met mooie kreten en idealen. Het ademt onvoorspelbaarheid: dan liberaal maar bij een ander onderwerp juist fors socialer. We hebben geen achterliggende morele dwang, integendeel. Moreel bij de gratie van de democratie. DURF beperkt zich tot een denkkader hoe we politiek zouden moeten bedrijven: allereerst vaststellen wat de beste oplossing is, en als tweede daarbij toetsen of een meerderheid van de burgers daar achter staat. Faal je als partij in het navolgen van deze twee principes, dan kunnen burgers met hun democratische machtsmiddelen de gemeenteraad tot de orde roepen.

Dát is onze democratie.

 

Noten

1 https://www.tijdvakken.nl/kerk-en-staat/

2 http://www.managementissues.com/index.php/specials/75-specials/909-ideologie-pakt-verkeerd-uit

3 https://www.trouw.nl/democratie/hoe-de-volkspartijen-kopje-onder-gingen~a4dc9276/

4 https://www.foreignaffairs.com/articles/united-states/1993-06-01/clash-civilizations

5 https://www.volkskrant.nl/politiek/-wat-fortuynisme-precies-is-weet-eigenlijk-nog-niemand~a703110/

6 https://nl.wikipedia.org/wiki/LPF_Eindhoven

7 https://www.historischnieuwsblad.nl/nl/artikel/5896/de-wortels-van-fortuyns-gedachtegoed.html

8 https://www.durfkatwijk.nl/nieuws/tegengaan-eenzaamheid-topprioriteit

9 https://www.durfkatwijk.nl/nieuws/kies-voor-het-alternatief

10 https://www.durfkatwijk.nl/nieuws/zorgen-met-betrekking-tot-jeugdhulp